Vuistregels voor een goed passende beha

Geplaatst op 27 October 2009 | categorie: Maat-tabellen |

De ene beha is de andere niet, en daardoor kan het voorkomen dat je de juiste maat hebt uitgezocht, maar de beha toch niet goed past. Het is dus heel belangrijk dat je bij de aanschaf van een beha niet alleen op het labeltje met de maat let, maar ook even uitprobeert hoe hij zit.

Let tijdens het passen op de volgende vier kenmerken:

  1. Het rugpand van de beha zit op gelijke hoogte als de beugels aan de voorkant. Het rugpand blijft ook op de juiste plek zitten en kruipt niet op.
  2. Je borsten passen precies in de cups, waardoor een vloeiende lijn tussen cups en borsten ontstaat. Er mag geen ruimte zijn tussen de cups en je huid, maar je borsten mogen ook niet uitpuilen over de randen van de cups heen.
  3. De beugels en het stukje textiel in het midden van het voorpand liggen mooi vlak tegen de huid van je borstkas aan.
  4. De schouderbandjes drukken de huid niet in, zelfs geen klein beetje. Als er aan de bovenkant van je schouder een “deukje” zichtbaar is waar je behabandje loopt, heb je een te kleine beha. Maar let ook op dat je geen te grote maat koopt, herkenbaar aan afzakkende schouderbandjes.

Tot slot: let er op dat de beha comfortabel zit. De gouden regel voor comfort is: als je de beha niet voelt zitten, heb je de juiste maat gevonden. Kun je nauwelijks ademen of prikken de beugels onaangenaam in je borsten? Dan heb je dus de verkeerde maat, net als wanneer de beha continu langs je huid glijdt.